MRI en PET-scan

Om een beter beeld van de tumor te krijgen en om te kijken of er uitzaaiingen waren werden er een MRI en een PET-scan gepland. Dit werden testen van uitersten.

Voor de mensen die weten wat een MRI inhoudt klinkt dit misschien gek, maar de MRI was voor mij het eerste rustmoment in een aantal weken. Tot dat moment was ik geen seconde alleen. Iets wat ik heel goed kon gebruiken want ik denk dat ik anders was ingestort. Maar toen ik in die MRI-scanner lag besefte ik me pas hoe erg ik geleefd werd en hoe weinig tijd ik had om alles even op een rijtje te zetten. Terwijl de MRI-scanner enorm takkeherrie aan het maken was kon ik me dus eindelijk ontspannen. Toen ik na 20 minuten heerlijk was bijgekomen liep ik de kamer uit en stapte ik de Jacintha-heeft-kanker-gekte weer binnen.

De PET-scan was het tegenovergestelde van de MRI. Er ging vanalles mis en tijdens deze scan had vooral m’n schoonmoeder een heldenrol. Ik denk dat ze deze dag op de afdeling nucleaire geneeskunde niet snel zullen vergeten.

Ik kwam die dag, samen met m’n schoonouders en schoonzusje, aan op de afdeling nucleaire geneeskunde. Ik werd opgehaald en zou pas over een uur weer terugkomen. De rest mocht niet mee ivm straling en dus ze besloten om een eindje te gaan wandelen.

Ik moest gaan zitten in een kamertje apart en de laborant vroeg me of ik nuchter was. “Ik heb niks gedronken inderdaad” zei ik lachend. (Slechte grap, ik weet het.) Maar de laborant keek me nog steeds vragend aan, hij had duidelijk geen tijd voor slechte grappen. “Uhm, had ik niet mogen eten?” De vragende blik sloeg om naar een geïrriteerde blik; “Nee, u had niet mogen eten en dat had u allemaal in de folder kunnen lezen.” Ik wist toch echt zeker dat ik de folder goed had gelezen, ik ben echt niet gek.

Terwijl hij geïrriteerd wegliep kon ik mijn mail checken. Toen ontdekte ik dat pagina 3 van de (ingescande) folder ontbrak; de pagina waarop staat dat je nuchter moet zijn. De laborant kwam terug en had een aantal vriendjes opgetrommeld die mij de procedure nog eens zouden uitleggen. En ook toen ik eindelijk had uitgelegd hoe de vork precies in de steel zat, werd me toch nóg een keer uitgelegd hoe het werkte; ik mocht morgen terugkomen maar ik mocht absoluut niet eten.

Toen ik naar buiten liep belde ik m’n schoonzusje. Verbaasd nam ze op, want ze hadden natuurlijk niet verwacht dat ik na 10 minuten weer buiten zou staan. Toen ik naar ze toe liep brak ik. Ik kon niks aan deze situatie doen en toch kreeg ik de schuld. En ook had ik compleet over me heen laten lopen maar ik kon, doordat ik nog steeds boven iedereen uitzweefde, niet adequaat reageren. Mijn schoonmoeder besloot het hier niet bij te laten zitten en zocht de laborant op.

Toen ze eenmaal de laborant tegen het lijf liep sprak zij de legendarische woorden: “Ik wil u iets vragen. Nee, ik wil u iets zeggen!” De man stond letterlijk met z’n rug tegen de muur. Wat ze verder precies gezegd heeft weet ik niet, maar ik weet wel dat het gewerkt heeft. De volgende dag was de laborant namelijk poeslief.

Die dag besefte ik me voor het eerst dat ik heel blij mag zijn met m’n schoonfamilie. Ik had altijd al een goeie band met ze maar dit jaar zijn we nog dichter naar elkaar toegegroeid. Het voelt voor mij alsof ik een extra kind/zus van ze ben. Iets waar ik ze heel dankbaar voor ben.

Wat heb ik deze dagen nou precies geleerd?
1. Een MRI-scanner kan ook heel rustgevend zijn.
2. Check altijd of je een volledige folder hebt gekregen.
3. Voor een PET-scan moet je nuchter zijn.
4. Maak m’n schoonmoeder niet kwaad.
5. Ik heb er een extra setje familie bij.

Ik heb nu twee posts geschreven over mensen in het ziekenhuis die niet zo vriendelijk waren. Ik wilde in deze post toch alvast vermelden dat buiten deze twee mensen, iedereen in het Jeroen Bosch ziekenhuis super lief voor me was! Ook hier komt zeker nog een verhaaltje over.

5 comments

Geef een reactie